01/03/2018 - Reportage

par bart lenaerts - PHOTOs LIES DE MOL

Fiat OttoVu

Een echte racewagen

Eén Fiat Otto Vu is bijzonder. Maar een Ghia Supersonic en een Zagato samen is als Kerstmis en Pasen op dezelfde dag

par bart lenaerts - PHOTOs LIES DE MOL

Fiat OttoVu

Een echte racewagen

Eén Fiat Otto Vu is bijzonder. Maar een Ghia Supersonic en een Zagato samen is als Kerstmis en Pasen op dezelfde dag

Longines World’s Best Racehorse

Natuurlijk is classic car-specialist Bernard Marreyt apetrots. Amper 114 Fiat’s Otto Vu werden er ooit gebouwd, maar toch vloeiden er al zes exemplaren door zijn vingers. Vandaag is het helemaal feest, want er schitteren er twee in zijn showroom in Aalst. Eén vurig rode met lichtgewicht alu Zagato-koetswerk en een moorzwarte, indien mogelijk nog knappere Ghia Supersonic. Eén blik op die laatste is voldoende om te snappen waar zijn naam vandaan komt. Zijn proporties zijn zo bevreemdend, zijn vormen zo psychedelisch, zijn chroom zo schitterschoon dat deze auto uitsluitend uit de jet-age kan stammen, de gouden jaren ‘50 toen men vooral in Amerika gretig koketteerde met lucht- en ruimtevaart. ‘Het lijkt wel een jukebox op wielen’, lacht Marreyt.

Longines World’s Best Racehorse

Advert
IMG SRC="https://ad.doubleclick.net/ddm/trackimp/N1379.3286883ROADBOOKMAGAZINEBE/B20812435.219829141;dc_trk_aid=418283242;dc_trk_cid=98706991;ord=[timestamp];dc_lat=;dc_rdid=;tag_for_child_directed_treatment=?" BORDER="0" HEIGHT="1" WIDTH="1" ALT="Advertisement">

Natuurlijk is classic car-specialist Bernard Marreyt apetrots. Amper 114 Fiat’s Otto Vu werden er ooit gebouwd, maar toch vloeiden er al zes exemplaren door zijn vingers.

Leerjongen

jezelf kunnen vergissen. ‘O neen, de Zagato is ongetwijfeld de waardevolste’, aldus Marreyt. Volgens hem heeft dat niet alleen te maken met het Zagato-effect, waardoor een Aston DB4 Zagato minstens drie keer meer waard is dan een gewone DB4 GT of een Lancia Flaminia Zagato zich in dezelfde orde van grootte verhoudt tot de gewone Flaminia. De specialist kan nog wel redenen verzinnen waarom de Zagato de meest begeerde is: ‘Zo’n Otto Vu is een pure racewagen. Het sobere lichtgewicht Zagato-koetswerk is dan ook de mooiste interpretatie van het Otto Vu-concept. Veel meer dan de Supersonic met zijn zware overhang en royale chroom.’ Marreyt vindt de Zagato zelfs knapper: ‘Als je de lijnen van de Supersonic al lang beu bent gezien, blijft de Zagato op het netvlies groeien’, zegt hij in zijn typische, smakelijke stijl. Toch wil hij niet gezegd hebben dat die Zagato’s schitterend zijn afgewerkt: ‘Soms is dat om te huilen hé. Het lijkt alsof de leerjongen dat in elkaar heeft gelast. Dan is het werk van Touring of Pininfarina veel hoogstaander. Maar ja, Zagato leverde racewagens. Die waren gemaakt om enkele seizoenen te scoren. Niet om gekoesterd te worden voor de eeuwigheid.’ Marreyt wil er liever geen cijfers op plakken, maar peperduur zijn de Otto Vu’s alleszins. Toch verkoopt hij die dingen per telefoon: ‘Als je er één wil, heb je geen keus want er zijn er nauwelijks auto’s beschikbaar.’

PRIKJES UITDELEN

Het is best opmerkelijk dat die Otto Vu er ooit is gekomen. In de jaren ‘50 was Fiat immers net zo’n volumeconstructeur als nu, met vooral kleine stadswagentjes en toegankelijke berlines in de showroom. In de naoorlogse jaren was het gamma van de Turijnse autobouwer zelfs behoorlijk ouderwets. En toch presenteerde Fiat op het Geneefse salon van ‘52 plots een razend knappe racewagen met een stoere V8 en onafhankelijke ophanging rondom. Alsof men vandaag een supersporter als de Ferrari Scuderia onder Fiat-vlag zou verkopen. Geen wonder dat Fiat er op twee jaar slechts 114 wist te verpatsen.

Longines World’s Best Racehorse

Longines World’s Best Racehorse

Waarom ze hem dan toch bouwden? Omdat ze de motor al op het rek hadden liggen. Die was enkele jaren eerder ontsproten aan het geniale brein van Dante Giacosa toen zijn directeuren geloofden dat een grote Fiat-limousine met V8 voor Amerika goed geld zou opbrengen. Toen de tweeliter-V8 met enkele nokkenas en blokhoek van 70° zijn eerste rondjes al had gedraaid, haalden de directeurs alsnog de stekker uit het project. Niet levensvatbaar, oordeelde men, waardoor het mooie blok ongebruikt in het stalen archief dreigde te belanden. Totdat, na een avondje stevig dineren in de fameuze trattoria Urbani, een veel stouter plan vorm kreeg: als ze die motor nu eens klaar stoomden voor een rasechte sportwagen? Eentje die de Alfa’s 1900 en de Lancia’s Aurelia het vuur aan de schenen kon leggen in de toen zo populaire GranTurismo-klasse tot twee liter? Met een mooie onafhankelijke ophanging konden ze tegelijk een stevige prik uitdelen aan Ferrari en Maserati die toen nog op starre assen rond bolden. Met 105 pk onder de kap was de Fiat weliswaar geen krachtpatser, maar dat waren de tweeliter-Ferrari’s en Maserati’s in die jaren evenmin.

Daarop tekende Luigi Rapi een bevallig koetswerk dat met de hand uit staal werd geklopt en gehamerd. Na een eerste serie van 34 stuks begon Fiat daarna rollende chassis’ te verkopen aan gerenommeerde koetswerkbouwers uit de streek: Pininfarina nam er slechts één onder handen, maar Vignale, Zagato en Ghia bouwden gretig koetswerken voor de snelle Fiat.

Twee broers

Het zijn twee extremen van hetzelfde geslacht die we hier hebben: twee broers met hetzelfde bloed in hun aderen, maar meer verschillend dan Herman Van Molle en Frank Galan. The Ghia Supersonic is het perfecte set wielen voor Betty Boo of de koningin van Sheba, terwijl je enkel Fangio of Moss achter het stuur van de Zagato kan dromen. De zwierige Supersonic werd ontworpen door freelancer Giovanni Savonuzzi en trekt zelfs in ons hedendaagse verkeer meer aandacht dan een F1-auto op de E40. Onze Supersonic met chassisnummer 36 is de auto die de show stal op de Parijse motorshow in ‘53 toen hij nog een bordeaux jasje en een beige interieur had. Nadien werd hij verkocht aan de Japanse consul in Parijs, terwijl hij nog later zowaar een simpele Simca V8 in de neus kreeg voordat hij naar Zwitserland verhuisde om er jarenlang in een Alpenweide te verkommeren. En nu staat hij in Aalst met een stijlvolle moorzwarte lak en vurig rood meubilair. Binnenin is hij misschien nog knapper dan langs buiten met het knappe, driespakig stuurwiel met houten rand, diepliggende tellers die geraffineerd in de boordplank zitten verwerkt en veel klokken die je alles vertellen over de mechaniek. De stoeltjes ogen prachtig, maar geven weinig zijdelingse steun.

Dagvaarding

De V8 schopt zichzelf met een agressieve brul tot leven voordat hij zijn inspirerende lied begint te zingen. Niet lui als een Amerikaanse V8, noch diep en dominant als een BMW-V8. Neen, deze Italiaan klinkt fris en springlevend. Toch voel je dat de krachtbron niet vanaf dag één als een racepaard was ontwikkeld. Je moet hem wat tijd gunnen om op te warmen en je moet hem hoog in de toeren jagen om spektakel te proeven: onder 3.000 omwentelingen gebeurt er eigenlijk vreselijk weinig.

Longines World’s Best Racehorse

Longines World’s Best Racehorse

Zowat 10 seconden heeft de Fiat nodig om vanuit stilstand tot 100 km/u te sprinten en hij verliest zijn strijd met de wind bij zowat 190 km/u. Snel, zonder echter poriënvernauwend rap te zijn. Zelfs niet voor die tijd. Fiat kreeg ooit zelfs een klant over de vloer die hen dagvaardde voor de tegenvallende topsnelheid. Om snelheid in de auto te houden, mag je geen schrik hebben om veel te schakelen en moet je de krachtbron hoog in de toeren ranselen. Gelukkig zijn de vier versnellingen eenvoudig te vinden en liggen de verhoudingen quasi ideaal. Al vragen de syncro’s veel aandacht: vooral twee en drie kunnen een dot tussengas gebruiken als je kraakvrij van verzet wil wisselen.

En toch. Dankzij het geweldige chassis en de efficiënte ophanging blijken 105 pk voldoende om veel snelheid in de auto te houden. De tractie is subliem, bodyrol blijft tot een minimum beperkt en de vooras voelt scherp en levendig. Met zijn korte wielbasis voelt de auto in eerste instantie nogal springerig, maar dat lost zichzelf op zodra je meer snelheid opbouwt. Zoals het een echte racewagen past dus. Deze compacte Fiat is zoveel beter uitgebalanceerd dan de BMW’s en Mercedessen uit zijn tijd dat hij zijn pk-gebrek makkelijk compenseert. Vooral de besturing acteert op een uitzonderlijk hoog niveau: niet te zwaar, maar erg consistent en direct zodat je de auto millimeterprecies in de bocht kan zetten. De Otto Vu blijft verrassend lang neutraal vooraleer hij zich laat betrappen op onderstuur dat wordt veroorzaakt door de zware V8 in de neus. Als je stevig op het rempedaal gaat staan, weten de trommels rondom voldoende snelheid af te schudden, al moet je goed anticiperen in het moderne verkeer.

Longines World’s Best Racehorse

Pikanter gekruid

Wat een geweldige auto, die Supersonic. Maar dan kruip je in de Zagato en weet je niet wat je voelt. Binnenin is hij ongetwijfeld minder chique, maar hij is wel uiterst functioneel en zelfs gezellig. Twee compacte kuipstoeltjes, een functionele boordplank, een lange schakelpook, stijlvol alcantara tegen de hemel en verder geen ballast. Luxe is er nauwelijks, maar wie verlangt dat in een racewagen? De zitpositie is ook al beter: kort bij het stuur en pal met je neus op de dingen. In de Supersonic zit je veel lager en verder naar achter: dat is de prijs die je betaalt voor zijn bijzondere proporties.

Als je het gas vloert, ervaar je precies dezelfde sensaties als in de Supersonic, maar dan een graad of wat intenser. Alsof de auto op smaak is gebracht met extra pikante kruiden. Technisch zijn er nochtans nauwelijks wijzigingen: enkel een scherpere nokkenas, een airbox uit aluminium en uitlaten van gelijke lengte geven de krachtbron wat meer adem, terwijl de iets forsere uitlaat de Zagato iets nijdiger doet zingen. De grootste winst zit hem natuurlijk in het lagere gewicht. Spectaculair is het verschil niet, want met zijn alu-koetswerk is de Supersonic evenmin een zware kolos. Maar het Zagato-huidje is dunner dan een goed gesneden carpaccio. Als je kwaad bent, kan je er een deuk in kijken. Dat levert een winst op van amper 40 kilo, maar als je sowieso onder 1.000 kilo blijft, maakt dat het verschil tussen een auto die heerlijk rijdt en eentje die fantastisch rijdt. De Zagato wordt zelfs knapper als het asfalt onder zijn smalle wieltjes door rolt. Dan komen zijn verhoudingen pas echt tot leven, lijken zijn spieren zich nog meer te strekken en staat hij nog wat kloeker op zijn Borrani’s. Wie twijfelt er nog aan dat de Otto Vu een echte racewagen is?

Longines World’s Best Racehorse

To keep the emotion,
subscribe to the Newsletter

loader